|
|
|
|
Om de film of plaat goed te kunnen belichten, waren belichtingsnormen nodig om de gevoeligheid vast te stellen. De onderstaande belichtingstijden verklaren waarom dat rond 1900 steeds harder nodig werd. 1827 : Niépces asfaltprocédé : belichtingstijd 6 – 8 uur 1839 : Daguerreotypie met zilverjodide : 30 minuten 1841 : Talbottypie met galluszuur ontwikkelaar : 3 minuten 1851 : Nat collodiumprocédé : 10 seconden 1864 : Collodium zilverbromide emulsie : 15 seconden 1878 : Gelatine zilverbromide emulsie : 1 tot 1/200 seconde 1900 : Gelatine zilverbromide emulsie : wordt verbeterd tot belichtingstijd van 1/1000 seconde In 1880 begon Leon Warnerke met zijn eerste tabellen. Gevolgd in 1894 door Scheiner, dit werd tientallen jaren de belangrijkste tabel voor de gevoeligheid van de film. Hierdoor werden ook de belichtingsmeters ontworpen. Eerst de Aktinometers, zoals die van Heydes uit 1905. Daarna de wat makkelijker te bedienen Practino. Ook waren er de goedkope belichtingskaarten, zie Agfa. Weston was de eerste fabrikant die een volwaardige belichtingsmeter ontwierp, de Westonmaster, daarna volgden meerdere fabrikanten.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|